← Blog

2025-09-18 · Taxua

Overige wijzigingen in de belastingheffing van Box 3

1. Verhoging van het forfaitair rendement voor bezittingen (overige bezittingen) in Box 3 van 5,88% naar 7,78%.

De Nederlandse overheid wil de berekeningswijze van het forfaitair (verondersteld) rendement voor bezittingen in Box 3 die geen spaargeld zijn (bijv. tweede woning, obligaties, aandelen, andere beleggingen) wijzigen. Forfaitair rendement — dit is de aanname van de overheid over hoeveel u had kunnen verdienen op uw bezittingen. Het hangt niet af van hoeveel u daadwerkelijk heeft verdiend — het is een standaardtarief dat op alle belastingplichtigen wordt toegepast. Voorheen hield de overheid alleen rekening met de waardestijging van onroerend goed, nu worden in de formule ook huurinkomsten en het voordeel van eigen gebruik opgenomen. Dit leidt tot een verhoging van het tarief — van 5,88% naar 7,78%. Vanaf 1 januari 2026 betalen Nederlandse ingezetenen meer belasting over bezittingen die geen spaargeld zijn. Als u kunt aantonen dat uw werkelijke rendement lager is dan 7,78% — heeft u het recht om belasting te betalen over het feitelijke rendement in plaats van het veronderstelde. Aangezien het nieuwe Box 3-belastingstelsel (op basis van werkelijk rendement) is uitgesteld tot 2028, verhoogt de overheid tijdelijk het forfaitair rendement om een begrotingstekort van €2,55 miljard voor 2027 te compenseren.

2. Afschaffing van de belastingvrijstelling voor groene beleggingen vanaf 2028

Groene beleggingen — dit zijn beleggingen in fondsen die duurzame ontwikkeling ondersteunen — bijvoorbeeld hernieuwbare energie, ecologische bouw, biologische landbouw. De Nederlandse overheid bood eerder belastingvrijstellingen (in de vorm van een onbelast bedrag) voor dergelijke beleggingen om burgers aan te moedigen te investeren in de "groene economie". In 2025–2026 is deze vrijstelling aanzienlijk verminderd vergeleken met 2023-24, maar bestaat nog. In 2026 — €26 715 (€53 430 met fiscaal partner). Bij de berekening van de belasting in Box 3 moet eerst het bedrag van deze vrijstelling worden afgetrokken van de totale waarde van groene beleggingen. Als de groene belegging €20 000 is, is deze volledig vrijgesteld. Als €60 000 — dan wordt €33 688 belast (60 000 – 26 312). In 2027 resteert slechts een symbolische vrijstelling — €200 (€400 met partner). In 2028 wordt de vrijstelling volledig afgeschaft.

Er is ook een belastingkorting (heffingskorting), een extra korting die wordt toegepast op het bedrag van de uiteindelijke belasting. In 2025–2027 bedraagt deze 0,1%, dus vrijwel symbolisch.

3. Uitsluiting van de leegwaarderatio bij verhuur van woningen tegen een te lage prijs aan familie of bekenden.

Leegwaarderatio — dit is een verlagingscoëfficiënt die wordt toegepast op de WOZ-waarde (officiële taxatiewaarde van de woning) wanneer de woning wordt verhuurd. De hoogte ervan hangt af van het percentage dat de huur uitmaakt van de WOZ-waarde. Bijvoorbeeld, als de verhouding van de huur tot de WOZ-waarde minder dan 1% is, geldt een coëfficiënt van 73%, en bij een huur van 3-4% — een coëfficiënt van 90%. Als de woning tegen marktprijs wordt verhuurd — wordt de leegwaarderatio toegepast en daalt de fiscale waarde van de woning. Als de woning aan een familielid of bekende wordt verhuurd tegen een te lage prijs — wordt ook de leegwaarderatio toegepast, maar dit maakt het mogelijk om de belastinggrondslag kunstmatig te verlagen, zelfs als de huur niet marktconform is. De belasting op woningen wordt immers berekend op basis van de WOZ-waarde. Vanaf 2026 geldt dat als een woning tegen een te lage prijs aan een familielid of bekende wordt verhuurd, de leegwaarderatio niet meer van toepassing is. In dergelijke gevallen is de waarde van de woning voor Box 3 gelijk aan de volledige WOZ-waarde — zonder kortingen. Dit voorkomt belastingontwijking via fictief lage huurprijzen.